The Irish Road Tour 2026 – Een avontuur met vijf motormannen

 

In mei 2026 trekken vijf motormannen eropuit voor een onvergetelijke roadtrip door Ierland: Henk, René, Anton, Erik en André. Voor René is het extra bijzonder: het is zijn eerste grote reis op zijn fonkelnieuwe Benelli. Acht dagen lang rijden we door groene heuvels, langs ruige kusten, door eeuwenoude stadjes en over wegen die gemaakt lijken voor motorrijders. Dit is ons verslag.

Eiland hoppen engeland en ierland ……… schipper mag ik overvaren!

Dag 1 – Vrijdag 15 mei. Rotterdam Europoort → Hull

De reis begint met de avondboot vanuit Rotterdam Europoort. De motoren worden vastgesjord en de tassen en koffers gaan aan boord. Henk is goed voorbereid met reistabletten om een herhaling van de zeeziekte tijdens de Noorwegenreis van 2022 te voorkomen.

De verdeling van de hutten, in kamers voor twee en drie personen, is gemaakt volgens het wel-of-niet-snurkprincipe. Al worden die principes niet altijd even strikt nageleefd! We drinken een Italiaans biertje in de Irish Bar (natuurlijk) op dek 9 van de boot naar Engeland. Who cares? Ze smaken prima. Na het diner genieten we van het live-entertainment aan boord. De sfeer zit er meteen goed in: Ierland, here we come!



Dag 2 – Zaterdag 16 mei. Aankomst Hull → Holyhead → Dublin

Vroeg uit de veren, want Engeland ligt voor ons. De rit naar Holyhead is prachtig: glooiende heuvels, brede wegen en voldoende ruimte om de motoren eens lekker te laten lopen. We kiezen voor de snelweg om op tijd bij de veerboot te zijn. In het verleden boarden we vaker op het allerlaatste moment en dat willen we nu voorkomen.

Wat in 2012 nog de eindbestemming van het Motormannenweekend is, vormt nu slechts een tussenstop: Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch in Noord-Wales. Natuurlijk maken we daar een foto en scoren we een stempel in ons paspoort. 😊

In Holyhead wachten we op de parkeerplaats op de ferry naar Dublin en vergapen we ons aan een gigantische vrachtwagencamper. Het voertuig ziet eruit alsof het dwars door Ierland kan rijden zonder ook maar één officiële weg nodig te hebben. Wat een apparaat!

Tijdens de rustige overtocht is er tijd voor koffie en sterke verhalen. Die wordt afgewisseld door een spectaculaire oefening van de Coastguard Rescue. Een helikopter vliegt langdurig naast onze ferry terwijl een reddingswerker aan een kabel wordt neergelaten. Geweldig om te zien.

Zo’n rescue oefening valt natuurlijk in het niets bij de verhalen van bij René, die trots zijn Benelli presenteert alsof het een museumstuk is. Een beetje plagen mag wel, René heeft gewoon een prachtige motor gekocht. De conclusie is duidelijk: de jongens worden ouder en het speelgoed steeds duurder.

Na een overtocht van ongeveer drieënhalf uur meren we aan in Dublin. Vervolgens zetten we koers naar het Uppercross House Hotel, waar we de motoren veilig kunnen parkeren op een afgesloten parkeerterrein achter het hotel.

We blijven die avond in de buurt van het hotel en duiken een gezellige Ierse pub binnen. Livemuziek, vier Guinness en één Birra Moretti (voor Henk) zorgen voor een geslaagde eerste kennismaking met de Ierse sfeer. Daar kunnen we wel aan wennen.

Het oude centrum van Dublin bewaren we voor het einde van de reis. Dan overnachten we hier nog een keer en verwachten we meer tijd te hebben om de stad te verkennen.



Dag 3 – Zondag 17 mei. Dublin → Kilkenny

Voordat we aan onze eerste echte Ierse kilometers beginnen, tanken we de motoren vol. Bij het tankstation ontmoeten we vijf motorrijders van de eenheid die de president van Ierland begeleidt: de Garda Motorcycle Unit, onderdeel van de Garda Síochána (de Ierse nationale politie). Zij verzorgen de escorte van de president, ministers en buitenlandse staatshoofden tijdens officiële bezoeken. Wat een aardige kerels! Vol trots gaan ze met ons op de foto.

We rijden over smalle wegen door groene landschappen. Overal zien we die typische stenen muurtjes. Onderweg maken we een tussenstop in Glendalough. Hier staat een meer dan duizend jaar oude ronde toren stoïcijns tussen verweerde grafstenen, waarop we nog steeds eeuwenoude jaartallen kunnen ontwaren. Geschiedenis, mystiek en indrukwekkende natuur komen hier samen. Zelfs motormannen worden er even stil van.

 

In Kilkenny verblijven we in het Club House Hotel, midden in de stad. Een perfecte plek om ’s avonds door de straten te slenteren. Onderweg komen we langs Kilkenny Castle, eeuwenlang het bolwerk van de machtige Butler-familie. Hun bekendste telg, James Butler, Hertog van Ormond, behoort tot de invloedrijkste mannen uit de Ierse geschiedenis.

Hij is niet thuis, dus gaan we op zoek naar een gezellige pub voor een Guinness of een Rockshore, die heel toevallig uit dezelfde brouwerij in Dublin komen. We eten aan de overkant bij The Left Bank. Wat een fantastische zaak! Het pand is enorm groot, maar toch bijzonder sfeervol, met meerdere aparte ruimtes en barretjes onder één dak. Zoiets zouden ze in de Bollenstreek moeten hebben. We zouden het direct tot officieel Motormannen-clubhuis bombarderen.



Dag 4 – Maandag 18 mei. Kilkenny → Kinsale

Via rustige binnenwegen rijden we zuidwaarts richting onze eindbestemming van vandaag: het kleurrijke havenplaatsje Kinsale.

Vlak voor Cork rijden we Midleton binnen, waar we op zoek gaan naar de gelijknamige distilleerderij. Een bezoek aan Ierland is pas compleet na een bezoek aan de Midleton Distillery, waar Jameson-whiskey wordt gemaakt, naast diverse andere bekende merken, waaronder Redbreast.

De oude gebouwen ademen geschiedenis, maar de blikvanger is zonder twijfel de enorme koperen ketel. Met een inhoud waar een kleine zwemvereniging jaloers op zou zijn, laat hij zien dat de Ieren niet alleen verstand hebben van whiskey, maar ook van formaat.

 

Na de rondleiding weten we precies hoe je van een handje gerst uiteindelijk bij een glas whiskey uitkomt.

Via rustige binnenwegen rijden we zuidwaarts richting onze eindbestemming van vandaag: het kleurrijke havenplaatsje Kinsale.

Vlak voor Cork rijden we Midleton binnen, waar we op zoek gaan naar de gelijknamige distilleerderij. Een bezoek aan Ierland is pas compleet na een bezoek aan de Midleton Distillery, waar Jameson-whiskey wordt gemaakt, naast diverse andere bekende merken, waaronder Redbreast.

De oude gebouwen ademen geschiedenis, maar de blikvanger is zonder twijfel de enorme koperen ketel. Met een inhoud waar een kleine zwemvereniging jaloers op zou zijn, laat hij zien dat de Ieren niet alleen verstand hebben van whiskey, maar ook van formaat.

Na de rondleiding weten we precies hoe je van een handje gerst uiteindelijk bij een glas whiskey uitkomt. Dat weten we natuurlijk allang, maar het blijft mooi om te zien. Het eindresultaat gaat vanzelfsprekend ook niet aan ons voorbij. Als we later in de pub vol raken van die grote pints, eren we Ierland met een heerlijke, zachte Jameson.

Onze B&B in Kinsale ligt aan Featherbed Lane. Een naam die misschien uitstekend bij het dekbed past, maar niet bepaald bij de eigenaresse. Hetty de Heks en Eucalypta zijn er niets bij vergeleken. Klantvriendelijkheid komt duidelijk niet voor in haar vocabulaire.

Het dorp Kinsale is klein, sfeervol en ideaal voor een avondwandeling langs de haven. En je gelooft het niet, maar ineens zitten we in Dalton’s Bar. We zijn er nog steeds niet uit hoe dat precies heeft kunnen gebeuren.

Het is behoorlijk druk in de verschillende restaurants en uiteindelijk belanden we bij Jim Edwards, herkenbaar aan de opvallende knalgele gevel. Daar eten we uitstekend.

Als alternatief dessert nemen Erik en Henk een Redbreast Single Malt, afkomstig uit de Midleton Distillery. Dat “moeten” we natuurlijk even proeven… en we “moeten” vervolgens maar niet op de rekening kijken. 😊

Tsja, we houden ons gewoon aan de wijze woorden van een man uit ons motormannengezelschap:

“Je zegt maar één keer: wat duur. Maar je zegt honderd keer: wat was het lekker!”

Dag 5 – Dinsdag 19 mei. Kinsale → Killarney

Het prima ontbijt gebruiken we in het onooglijke paarse eetzaaltje van Hetty de Heks. Helaas starten we de dag meteen in de regen, al zijn we daar gelukkig allemaal goed op gekleed.

We rijden langs de zuidwestkust via Clonakilty en Kenmare. Dit is Ierland in zijn puurste vorm: smalle wegen met stenen muren erlangs. Over stenen muren gesproken: we bezoeken Staigue Stone Fort. Dit ronde bouwwerk heeft stenen muren van wel vier meter dik en vijf meter hoog, waar we natuurlijk even bovenop moeten staan. Het dateert vermoedelijk uit de late IJzertijd, ongeveer 300 tot 400 jaar na Christus. Bijzonder dat het er na al die eeuwen nog steeds staat.

We vervolgen onze route. Overal waar je kijkt is het groen en er lopen meer schapen rond dan mensen. Helaas laat het weer zich ook van zijn typische Ierse kant zien en regent het af en toe wat.

Oppassen geblazen dus met onze brommers. Rustig aan doen, voorzichtig rijden en vooral de glimmende kant boven houden.

Onze route brengt ons bij de Kenmare Stone Circle, een prehistorische steencirkel die ook wel The Shrubberies wordt genoemd. De cirkel dateert vermoedelijk van zo’n 2000 tot 3000 jaar voor Christus. Ach, we kijken inmiddels niet meer op een duizend jaar meer of minder en zijn vandaag lekker cultureel bezig.

Vervolgens beklimmen we de Healy Pass. Nou ja, beklimmen… Met een hoogte van ongeveer 334 meter is het geen extreem hoge pas, maar dankzij de haarspeldbochten en het ruige landschap voelt hij veel indrukwekkender aan. Het is werkelijk prachtig. Jammer genoeg is de pas slechts twaalf kilometer lang. Als het droog weer zou zijn, reden we hem zonder twijfel nog een keer terug om opnieuw van het Caha-gebergte te genieten.

De route naar Killarney is een feest voor motorrijders: bochten, heuvels en prachtige uitzichten wisselen elkaar voortdurend af.

In Killarney verblijven we in The Killarney Grand, midden in het centrum. Vanwege wegwerkzaamheden en wegafsluitingen is het nog even zoeken voordat we voor de deur van het hotel staan. Helaas moeten we de motoren een stuk verderop parkeren op een openbare parkeerplaats. Niet ideaal, maar het is niet anders.

Voor vertier en livemuziek hoeven we vanavond gelukkig niet ver op pad. Die vinden we namelijk gewoon in de pub onder onze slaapplaats.

Dag 6 – Woensdag 20 mei. Killarney → Dingle

We ontbijten in een oude bakkerij. Koffie, scones en andere zoete lekkernijen vormen een prima start van de dag. 

Vandaag rijden we een van de mooiste routes van de hele trip: de Ring of Kerry. Helaas krijgen we ook vandaag volop Irish weather, met de nodige regen en mist.

De rit naar Dingle voert langs de beroemde Slea Head Drive: ruige kustlijnen, steile kliffen en uitzichten die je onder normale omstandigheden stil zouden maken. Helaas krijgen wij daar vandaag weinig van mee, omdat de mist het zicht grotendeels wegneemt. Ondanks het weer genieten we volop van de prachtige omgeving. Dit is absoluut een plek waar ik graag nog eens naar terugkeer.

We zetten koers richting Dingle, het meest westelijke punt dat we tijdens onze motormannenreizen in Europa bereiken. In Dingle slapen we boven The Dingle Pub. Ja, we weten de juiste plekjes wel uit te zoeken.

Maar slapen doen we voorlopig nog niet. We spreken af eerst de spullen naar de kamer te brengen en vervolgens alvast één biertje te drinken voordat we ons gaan opfrissen. Dat eerste biertje is immers altijd het lekkerst.

Het is meteen gezellig en met onze opvallende groene shirts krijgen we volop aanspraak.

Wanneer we op zoek gaan naar een restaurant, blijkt het verrassend druk te zijn voor zo’n afgelegen uithoek. Blijkbaar houden meer mensen van gezelligheid.

Terug in The Dingle Pub vallen we opnieuw midden in de feestvreugde. Er is livemuziek en een optreden van The Boy in the Striped Pyjamas (onze eigen André), samen met David Geaney, vijfvoudig wereldkampioen Iers dansen.

Daarna volgt Ierse folkmuziek van het duo Fecking Eejits. Vooral René ziet het jengelende fluitje van de muzikanten het liefst verdwijnen op een plek waar geen zonlicht komt. Neem er nog maar snel een Guinness bij, René!

Kortom: drukte, gezelligheid, Guinness, Jameson en goed gezelschap. Precies zoals een pubavond in Dingle hoort te zijn.


Dag 7 – Donderdag 21 mei. Dingle → Dublin

We halen onze motoren van de parkeerplaats naast The Dingle Pub, die tevens dienstdoet als parkeerterrein van de lokale kerk.

Vandaag staat een lange rit terug naar Dublin op het programma. Zodra we de Conor Pass oprijden, begint het helaas opnieuw te regenen. Alsof dat nog niet genoeg is, ziet Henk op zijn bandenspanningsmeter dat de achterband langzaam leegloopt. Gelukkig hebben we een pomp bij ons.

Heel toevallig stoppen we bij de Conor Pass Waterfall, waar we meteen wat foto’s maken.

Vervolgens rijden we door een afwisselend, glooiend landschap. We kiezen voor de doorgaande route, die hier gewoon uit een tweebaansweg bestaat, waardoor we lekker kunnen doorrijden.

Onderweg houden we een koffiestop in een restaurant waarvan het interieur rechtstreeks uit een theatermuseum lijkt te komen.

In Dublin overnachten we in het moderne Gibson Hotel, waar de motoren veilig in de parkeergarage staan. Nog één avond samen eten, lachen en terugblikken op de prachtige dagen die achter ons liggen. Althans, dat denken we op dat moment nog.

We vermaken ons prima in het oude centrum van Dublin, het bekende Temple Bar District. In de gelijknamige pub spelen een violist en een gitarist fantastische Ierse uptempo folkmuziek. Als ik om mij heen kijk, lijken zij naar mijn idee de enige twee locals te zijn. Verder zie ik vooral toeristen. Dat maakt het feest er overigens niet minder gezellig op.

Voordat we het hotel weer opzoeken, moet er nog even worden “geshopt”. Ja, zelfs bij de motormannen. In dit geval gaat het om allerlei snuisterijen voor de verschillende mancaves. Al heet die ruimte bij sommigen tegenwoordig een “genderneutrale ontspanningsruimte”. Hoe dan ook: het neonverlichte Guinness-logo staat bij Anton straks prachtig te shinen.

Dag 8 – Vrijdag 22 mei. Dublin → Holyhead → Hull

De ferry naar Holyhead vertrekt om 10.15 uur, maar loopt al snel vertraging op.

De rit door Engeland lijkt vervolgens eenvoudig te verlopen… totdat we in een file van ruim twintig kilometer terechtkomen. Het is warm, de motoren krijgen nauwelijks rijwind en vooral de luchtgekoelde BMW’s beginnen flink te puffen. De motor van Anton gaat zelfs in storing en moet een half uur afkoelen langs de kant van de weg.

Wanneer we uiteindelijk bij de ferryterminal in Hull aankomen, zien we de boot in de verte wegvaren. Een frustrerend moment, maar ja… ook dat hoort bij het avontuur.

Omboeken naar een latere afvaart blijkt helaas niet mogelijk. Daarom gaan we op zoek naar een hotel. We blijven dus noodgedwongen nog een dag in Hull en nemen morgen dezelfde boot naar Rotterdam, maar dan hopelijk wel op tijd.

We boeken een kamer in het Ibis Hotel en maken er het beste van. We eten in het hotel en nemen voor de afwisseling nog een pint in een gezellige pub in de stad.

Dag 9 – Zaterdag 23 mei. Extra dagje Hull

André en Anton rijden ’s morgens vóór het ontbijt naar de ferryterminal om te kijken of we onze tickets alsnog kunnen omboeken.

Dat blijkt niet mogelijk, maar een alleraardigste medewerkster helpt ons met veel geduld bij het vinden van de voordeligste ticketoptie. Dat is snel geregeld en zo weten we zeker dat we vanavond aan boord kunnen.

Vandaag hebben we dus een onverwacht extra dagje Hull. We bezoeken het Streetlife Museum of Transport. Ja, zelfs ik (Henk) ga mee een museum in en geniet van de oude trams, paardenkoetsen, fietsen, auto’s, bussen en nagebouwde Victoriaanse straten.

Toch ben ik misschien nog wel meer onder de indruk van het zeeaquarium, met verschillende grote haaien en zaagvissen.

De motormannen zijn namelijk allemaal fanatieke scuba-duikers. Ja, we hebben misschien wat veel hobby’s. Maar daardoor blijft onze belangstelling voor het onderwaterleven groot.

Dag 10 – Zondag 24 mei. Vertrek Hull → Aankomst Rotterdam → Bollenstreek

Na een rustige nacht op zee rijden we terug naar de Bollenstreek.

We zijn moe, voldaan en hebben het gevoel dat we samen iets bijzonders hebben meegemaakt.

 

Conclusie – The Irish Road Tour 2026

Ierland verrast, ontroert en daagt ons uit.

Van de levendige pubs tot de stille kustwegen, van de groene heuvels tot de ruige kliffen: het is een reis om nooit te vergeten.

En René? Zijn Benelli doorstaat de vuurdoop glansrijk. En Henk? Die is vooral blij met zijn bandenpomp… en denkt inmiddels alvast aan een nieuwe achterband.

Volgend jaar weer? Natuurlijk.

De Motormannen rijden altijd verder.

Geschreven door: Henk van Dongen, motorman

Copyright © 2020. All Rights Reserved.

social media